Gedragsregels

Gedragsregels Vovem’90

Vovem’90 doet er alles aan om een gezellig en veilig sportklimaat te creëren voor iedereen. Hiervoor is het belangrijk om bepaalde maatregelen te nemen, zoals het verplicht stellen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) voor trainers en andere vrijwilligers en het instellen van vertrouwenscontactpersonen.

Hieronder worden gedragsregels genoemd die voortvloeien uit onze normen en waarden bij Vovem’90 en in lijn zijn met de Nevobo-gedragscode.

Natuurlijk moeten onze normen en waarden, en de manier waarop we met elkaar omgaan, gedragen worden door de leden en de ouders/verzorgers. Door het goede voorbeeld te geven en kaders te stellen, proberen we dit te waarborgen.

Hieronder volgen de gedragsregels voor spelers/speelsters, ouders/verzorgers en trainers/coaches van Vovem’90.


Gewenst gedrag voor spelers/speelsters

Fair play tijdens en na training en wedstrijd
  • Benader ieder teamlid op gelijke wijze en met respect.
  • Toon respect voor de tegenstander, neem een correcte houding aan en vermijd intimidatie.
  • Wees eerlijk, ook wanneer dit niet in je eigen voordeel is.
  • Benader betrokkenen en omstanders met respect.
  • Gebruik geen alcohol tijdens de wedstrijd en ga ook na de wedstrijd niet overmatig om met alcohol.
Bevorder een positieve sfeer
  • Wees hulpvaardig voor spelers die moeite hebben om zich sociaal te binden aan het team.
  • Spoor medespelers aan tot respectvol en sportief gedrag wanneer dat nodig is.
  • De vereniging kan alleen bestaan met behulp van vrijwilligers: bied jezelf aan om te helpen.
  • Als je gevraagd wordt te helpen, wees dan bereid om je handen uit de mouwen te steken.
  • Heb begrip voor andermans mogelijkheden en onmogelijkheden.
  • Praat positief en coachend over elkaar.
  • Praat positief over Vovem’90 op social media.
In relatie tot een veilig klimaat
  • Accepteer en respecteer de ander zoals hij of zij is en discrimineer niet.
  • Iedereen telt mee binnen de sportvereniging.
  • Houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  • Val de ander niet lastig en berokken de ander geen schade.
  • Scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  • Gebruik geen geweld en bedreig de ander niet.
  • Wapens en drugs horen niet bij volleybal en zijn verboden.
  • Kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  • Geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht, stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
  • Als iemand je hindert of lastigvalt, vraag hem of haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag dan een ander om hulp.
  • Help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden. Spreek degene die zich hier niet aan houdt erop aan en meld dit zo nodig bij het bestuur of de vertrouwenscontactpersoon.
Waarop kunnen we spelers aanspreken?

Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele concrete situaties die als ongewenst worden gezien:

  • Medespelers beledigen of denigrerende opmerkingen over hen maken.
  • Schreeuwen of ander ongepast gedrag vertonen.
  • Pesten of medespelers negatief benaderen.
  • Ongepast gedrag richting de scheidsrechter.
  • Gebruik van telefoon of social media tijdens de training of wedstrijd, behalve wanneer het complete team hiermee akkoord is.
  • Onjuist gebruik van een mobiel in de privésfeer, zoals in de kleedkamer, bijvoorbeeld het maken van foto’s van teamgenoten of tegenstanders.


Gewenst gedrag voor ouders/verzorgers

Gedrag dat spelers helpt, ondersteunt en motiveert
  • Wees respectvol naar scheidsrechters, coaches en spelers.
  • Heb een positieve houding ten opzichte van de organisatie. Een volleybalvereniging werkt veelal met vrijwilligers die hun best doen om er een mooie vereniging van te maken.
  • Neem een stimulerende en motiverende houding aan richting het team en moedig het team aan.

Positief meewerken aan regelingen rondom vervoer en dergelijke
  • Afmelden kan soms noodzakelijk zijn. Doe dit zodra dit duidelijk is. Afmelden doe je bij de trainer, niet bij een teamgenoot.
  • Kom op tijd, ook bij onderlinge afspraken over gezamenlijk rijden.

Waarop kunnen wij ouders aanspreken?

Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele concrete situaties die als ongewenst worden gezien:

  • Je bemoeien met je kind tijdens training, wedstrijd of nabespreking.
  • Het andere team uitfluiten of negatief zijn tegenover spelers van het andere team of hun ouders.
  • Je hoorbaar bemoeien met beslissingen van de scheidsrechter.
  • Belastend contact met leden, zeker als dit wordt aangegeven door de betreffende persoon.


Gewenst gedrag voor trainers

In relatie tot positief training geven
  • Streef een pedagogische benadering na in de trainingen.
  • Heb een positieve houding ten opzichte van de spelers en zorg voor een aangename sfeer.
  • Spelers komen om volleybal te leren. Laat op gepaste wijze waardering zien voor hun ontwikkeling. Kortom: train en coach positief.
  • Stem de training af op het niveau van de spelers en het team.
  • Streef saamhorigheid en teamgevoel na.
  • Geef iedere speler evenveel aandacht.
  • Vervul een voorbeeldrol waaraan spelers zich graag willen spiegelen.
  • Respecteer culturele bijzonderheden en gelegenheden van sporters, voor zover dit niet risicovol is.

In relatie tot een veilig klimaat
  • Benader zieke of geblesseerde sporters met interesse en welwillendheid.
  • Besef dat je als trainer een voorbeeldfunctie hebt.
  • Draag normen en waarden duidelijk uit en hanteer gedragsregels.
  • Stel ouders in kennis wanneer er twijfels zijn over het welzijn van een speler.
  • Neem contact op met het bestuur of de vertrouwenscontactpersoon bij pestgedrag, moeizame communicatie met het team of andere probleemsituaties.
  • Zorg voor een omgeving en sfeer waarin de sporter zich veilig kan voelen.
  • Onthoud je ervan de sporter te bejegenen op een wijze die zijn of haar waardigheid aantast, en dring niet verder door in het privéleven van de sporter dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  • Onthoud je van elke vorm van machtsmisbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en een jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

Waarop kunnen wij trainers aanspreken?

Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele concrete situaties die als ongewenst worden gezien:

In relatie tot onveilig gedrag van de trainer
  • Spelers in het openbaar negatief bekritiseren.
  • Zonder schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming van de speler persoonlijke of vertrouwelijke informatie openbaar maken.
  • Gebruik van een mobiel in de privésfeer, zoals in de kleedkamer, bijvoorbeeld het maken van foto’s of video’s van spelers of tegenstanders.
  • Gedrag vertonen dat als pesten kan worden uitgelegd.
  • De kleedkamer is verboden gebied.
  • Meer fysieke aanraking dan noodzakelijk, of te veel fysieke aanraking concentreren rond één speler.
In relatie tot voorbeeldgedrag
  • Roken of alcohol- en drugsgebruik tijdens de training of wedstrijd.
  • Zelf wel met een mobieltje bezig zijn.
  • Overmatig alcoholgebruik na de training of wedstrijd.